Een bos is een koolstof buffer.

Door fotosynthese neemt het bos CO2 op en splits het in O2 (zuurstof)en koolstof.

Het zuurstof scheid hij af in de lucht, koolstof gebruikt hij als bouwsteen voor zichzelf.

Een bos kan zo koolstof bufferen. Hout, turf, bruinkool en steenkool zijn allen een vorm van koolstofbuffer afkomstig van biomassa. Hout het minst zuivere ( ong. 47% koolstof) en steenkool het meeste( ong. 98% koolstof). Verbranding van alle vormen van biomassa zijn in hoofdzaak oxidatie van kookstof ( C + O2 = CO2). Voor dezelfde hoeveelheid warmte hebben we voor hout iets meer dan het dubbel nodig als kolen in gewicht. Kolen zijn in feite hout in een gevorderde stadium, ontdaan van alle ballast.

Bomen verbranden voor het klimaat?

Het klinkt zo eenvoudig. We stoken biomassa, vaak hout, bij in elektriciteitscentrales en daarmee remmen wij de klimaatverandering af. Dit omdat er dan minder fossiele brandstoffen nodig zijn om zo’n centrale te laten werken. Een aantal recente rapporten (*) onder meer opgesteld in opdracht van de Europese Unie, schetsen een heel ander beeld. Hoe zit het nu precies in elkaar?

De zere plek

De rapporten leggen de vinger op de zere plek in deze redenatie. Bij gras mag je er van uitgaan dat dit in een paar weken weer is aangegroeid en de CO2 uit de lucht is gehaald. Bij een boom van 100 jaar oud die de open haard  of een kachel ingaat als blok, snipper of pellet, is dit niet  het geval. Die zal er weer 100 jaar over doen om dezelfde hoeveelheid weer op te nemen. Pas over 100 jaar is de maatregel klimaat- of CO2 neutraal te noemen. Europa kampt  met een tekort aan hout: in 2030 zou er 1.372 miljoen m³ hout nodig zijn om de vraag naar energie te dekken, terwijl men de beschikbare hoeveelheid op 1.056 miljoen m³ schat.

In feite gebeurt er bij de energiecentrales hetzelfde als bij het stoken op fossiele brandstoffen, zoals kolen en aardgas. Daar komt CO2 vrij bij de verbranding en die wordt toegevoegd aan de atmosfeer. Dat doen de verbrande bomen ook, alleen is daar zelfs nog meer hout en dus CO2 uitstoot voor nodig, dan bij aardgas of kolen en kan de verbrande boom geen CO2 meer opvangen. Op de korte termijn komt er dus extra CO2 in de atmosfeer. Dit is de hypotheek die in 100 jaar wordt afgelost. 100 jaar lang een bijdrage leveren aan de opwarming is niet de doelstelling van het bijstoken, maar we doen het wel.

Alternatieven

plant nog veel meer natuurlijke en productiebossen die de komende jaren veel meer CO2 uit de lucht gaan halen
* Bron: Carbon accounting for bioenergy:
http://iet.jrc.ec.europa.eu/bf-ca/sites/bf-ca/files/files/documents/eur25354en_online-final.pdf

Ontbossing is de tweede grootste antropogene bron van kooldioxide naar de atmosfeer, na verbranding van fossiele brandstoffen.

Kolen verbranden is beter dan hout verbranden

Volgens een studie van de Manomet Center for Conservation Studies voor het Massachusetts Department of Environmental Conservation produceert het verbranden van hout om elektriciteit op te wekken 46 procent meer CO2 uitstoot per gewonnen kilowattuur dan verbranding van kolen. Brandende kolen produceert minder klimaat-veranderende uitstoot dan het verbranden van hout!Dit opzienbarende feit werd opnieuw bevestigd toen de Pelham, Mass., Gebaseerd Partnership for Policy Integriteit en de American Lung Association 88 biomassacentrales hebben geanalyseerd. Zij meldde dat ze gemiddeld 50 procent meer broeikasgassen hebben gemeten per opgewekt kilowatt elektriciteit dan bij kolencentrales. Ook brachten ze acht keer zo veel andere luchtvervuiling als de schoonste fossiele brandstof, aardgas.

Anders gezegd: als je het broeikaseffect wil beperken, moet je aan de ene kant zo weinig mogelijk CO2 de atmosfeer in blazen, terwijl je aan de andere kant ervoor moet zorgen dat zoveel mogelijk CO2 langdurig wordt vastgelegd in biomassa.

Maar die twee strategieën staan volledig los van elkaar. Als we de CO2-uitstoot serieus willen beperken, zouden we dus de steenkool- cum- biomassacentrales zoveel mogelijk moeten vervangen door aardgascentrales (CO2-reductie) en tegelijkertijd een beleid moeten ontwikkelen waarbij zoveel mogelijk CO2 langdurig wordt vastgelegd (CO2-opslag). Dat laatste gebeurt echter niet. Sterker nog, het areaal aan bossen neemt drastisch af en het beheer van bestaand bos is niet ingericht op het vastleggen van CO2.

Ook is het verontrustend dat de uitstoot van houtverbranding niet meegeteld hoeft te worden in de emissiewaarden (afgesproken Kyoto verdrag). Ook de negatieve effecten van houtkap (en de positieve effecten van houtplant) worden niet meegenomen. De houtkap gaat vele malen sneller dan de aanplant en het duurt tot 100jaar voordat de boom wee r zijn CO2 opgevangen.

Stoken van hout, zoals het nu door de politiek wordt gepromoot, niet CO2 neutraal is. Het is zelfs vervuilender is dan het verbranden van kolen.

In de grafiek hieronder is te zien dat een eik, beuk, spar tot de leeftijd van 51 jaar praktisch geen CO2 opgenomen heeft, dan versneld de opname met de jaren.

Ontbossen is de tweede grootste  antropogene oorsprong van CO2 in de atmosfeer na fossiele brandstoffen.

Het is verantwoordelijk voor 25% van alle uitstoot van broeikasgassen die in de atmosfeer terechtkomen. Boskap wordt ook wel een verborgen oorzaak genoemd omdat het niet vaak als een directe oorzaak wordt bestempeld.  Het verminderen van houtkap is de goedkoopste en snelste oplossing zijn voor global warming tegen te houden.

Share This