Hoeveel CO2 vangt een boom en bos op ?

Als men een afgezaagde boomstam bekijk zijn de jaarringen praktisch gelijk.  De boomdiameter neemt jaarlijks ong. evenveel toe (afhankelijk van weersomstandigheden, enz.).alleen de diameter verschild.:

Bij 6 jarige boom met een diameter van 2 cm en 2m hoog is de toename aan hout voor de stam:

Diameter na 8 jaar: 2cm volume = pi x straal² xH = 3.1415 x 1.1² x 1,5 = 5.7018  cm³

Diameter na 9 jaar 3 cm  = pi x straal² xH = 3.1415 x 1.15² x 1.6 = 6.6474 cm³

Bijgekomen hout in 1 jaar voor de stam:

verschil tussen 5 jaar en 6 jaar = 0.9456cm³

bij een 100 jarige boom is dit : 80cm volume =pi  x straal² xH =3.1415 * 45 ²* 20 = 12.723075m³

diameter 101 jarige beuk:  : 81cm volume =pi  x straal² xH =3.1415 * 45,5² * 20 ,1= 13,072417654m³

Verschil tussen 100 en 101 jaar =  349,34cm³  = 370  x meer hout  toename dan een 8 jarige boom per jaar

Dit alleen voor de stam. Dit mag gemakkelijk verdubbeld worden als met wortels en takken meerekent.

Als vuistregel hanteert Trees for All dat een volgroeid bos  zo’n 1500 ton CO2 per hectare heeft vastgelegd.  Afhankelijk van hoeveel bomen er per hectare groeien, kun je dit terugrekenen. In een volwassen bos staan circa 150 volwassen bomen. Wanneer je stelt dat die voor 25% van de CO2 opslag verantwoordelijk zijn, kom je op 2,5 ton per boom.

In Vlaanderen is heeft een hectare natuurlijk bos 640 ton CO2 opslag, waar een hectare aangeplante bomen het moet doen met slechts 217 ton. Het verschil wordt grotendeels verklaard door de omvang van de individuele bomen. Aangeplante bomen zijn jonger en dus kleiner en worden vaak gekapt voor het winnen van hout, waarna opnieuw jongere kleinere bomen hun plaats innemen. Echt relevant worden deze cijfers waar het gaat om het vaststellen hoeveel oppervlak bomen er moet worden aangeplant bij programma’s die carbon credits uitdelen voor aanplanten van bomen. Volgens de Australian National University is de opslag capaciteit van 25 nieuwe bomen elke 4 jaar minder groot dan dat van 1 boom van honderd jaar. http://www.stichtingmilieunet.nl/andersbekekenblog/klimaat/nooit-meer-compenseren.html

Daar de microbiële activiteit veelal verhoogt na bebossing van landbouwland, zal de koolstofhoeveelheid in de bodem – en dus ook in het gehele ecosysteem – over het algemeen de eerste decennia na bebossing afnemen t.o.v. de oorspronkelijke koolstofhoeveelheid (Bárcena et al., 2014).

De koolstofstock in de bodem neemt toe na 20 à 30 jaar na bebossing plaats (Paul et al., 2002; Laganière et al., 2010). Deze toename zet zich vaak gedurende een erg grote tijdspanne verder tot een evenwichtssituatie tussen de koolstofpools van atmosfeer en bosecosysteem wordt bereikt. Deze lange evolutie komt voornamelijk doordat de bodemkoolstofstock nog gedurende eeuwen kan aangroeien.

De kennis over de CO2-opslagcapaciteit van bossen vertoont nog flinke gaten.

De kennis over de CO2-opslagcapaciteit van bossen vertoont nog flinke gaten. Een relatief weinig bestudeerde maar belangrijke vraag is in welke mate een regelmatige kap van het bos de opslagcapaciteit van de bosbodem beïnvloedt. Ontbindend hout geeft koolstof vrij aan de atmosfeer, maar injecteert het ook in de bodem. Wortels van levende bomen doen hetzelfde. Er zit waarschijnlijk meer koolstof in bosbodems dan in levende biomassa. Bij een natuurlijk bos is er helemaal geen bodemverstoring en kan de vooraad koolstof in de bodem eeuwenlang blijven aangroeien.

Het kappen van een bos stelt de bodem echter vrij aan de lucht, waardoor oxidatie optreedt en CO2 vrijkomt. Hoe vaker er gekapt wordt, hoe groter het verlies. Bovendien verhindert een regelmatige houtkap van een relatief jong bos ook dat de bodem verrijkt wordt het koolstof van ontbindend hout, en van alle organismen die daar bij horen.

Share This