Ontstaan van het boslandschap

In de periode van ongeveer 9000 tot 6000 jaar geleden groeiden in Nederland gemengde loofbossen met vooral linde en eik. Maar toen de mens ongeveer 5000 jaar geleden in grote delen van Nederland akkerbouw ging bedrijven en vee liet weiden, nam het bosareaal sterk af en begon de uitputting van de bodems. De eerste akkerbouw vond vooral op lichte, droge zandbodems plaats, omdat zwaardere bodems door het ontbreken van de kerende ploeg nog niet bewerkbaar waren. Lichte zandbodems raken echter snel uitgeput, zodat men genoodzaakt was toevlucht te nemen tot zwerflandbouw. Doordat het bos door boeren werd gebruikt om er vee te laten weiden en hout te oogsten, veranderde het geleidelijk in heide.

Later, in de Middeleeuwen, gebruikte men ook strooisel uit bossen en plaggen van de heide om de akkers te bemesten, terwijl de overbeweiding toenam. De (zand)bodems werden steeds armer en zuurder, waardoor podzolering optrad, een proces waarbij nutriënten uitspoelen uit de bovenlaag.

In de bossen die nog niet omgevormd waren tot heide of akker, werd de eik sterk bevoordeeld ten opzichte van de linde. Ook het aandeel beuk werd steeds groter. Omdat eik en beuk slecht afbreekbaar strooisel hebben, leidde dominantie van deze bomen tot verzuring en versterkte podzolering. Ook het strooisel van de meeste naaldboomsoorten is zuur en slecht verteerbaar. Hierdoor ontstonden op veel plekken arme, zure podzolbodems.

De verzuurde bodem is een belangrijke verklaring voor het lage aantal soorten. Het grootste deel van de podzolbodems is dus vrij recent door toedoen van de mens ontstaan en de grove dennenbossen zoals we die nu kennen, zijn van nog later datum.

In tegenstelling van wat veel bosbeheerders beweren heeft een bos geen inmenging van de mensen nodig. Een gezond bos heeft een gesloten structuur met  10 tot 15 % dood hout, een deel op stam een andere deel op de grond in verschillende vormen van ontbinding. Voor publiek bosbeheerders zoals “natuurpunt” is een bos een bron van kookstof en worden met alle mogelijke voorwendsels het bos leeggeplunderd. vb. “een bos moet mooi en opgeruimd zijn”, “de mensen willen een open bos”,“We gaan de heide herstellen”, ”aanleggen van open plaatsen in de bossen”, hout is een milieuvriendelijke brandstof” ,”niet inheemse bomen verwijderen”, “ die bomen zijn kap rijp”, “ her aanleggen van natuurgebied”,” aanleg van groene gordel rond Brugge”,

Oerbos

 

Oerbos (Białowieża)

Oerbos is oorspronkelijk bos dat zich zonder  menselijke invloed heeft ontwikkeld en zich handhaaft en dus te beschouwen is als wildernis. Afgezien van betrekkelijk kleine stukken is dit oerbos in Europa door menselijk ingrijpen grotendeels verdwenen. Samen met sommige andere typen bos zoals het tropisch regenwoud en de uitgestrekte noordelijke naaldbosgordel (taiga) worden de oude Europese bosrestanten wel ‘oerbossen’ genoemd.

Nederland en België

In België zijn verschillende restanten van het Kolenwoud, een al door Julius Caesar genoemd oerbos, behouden, al hebben deze wouden door de eeuwen heen een ander karakter gekregen en zijn ze deels ontgonnen als jachtgebied voor de adel. Een oerbos in strikte zin zijn ze dan ook niet meer. Het Zoniënwoud ten zuiden van Brussel en het Meerdaalwoud bij Leuven zijn de bekendste overblijfselen van het Kolenwoud. De bergwouden in de Ardennenbestaan voor een aanzienlijk deel ook uit oorspronkelijke vegetatie[bron?], maar worden niet als één oerbos gezien.

In Nederland bestaan geen oerbossen meer

‘oerbossen’ in Europa

Oerbossen (Nationaal park Risnjak, Kroatië)
De laatste grote, min of meer natuurlijke bossen komen in Europa voor in Scandinavië; meer algemeen in de taiga, de noordelijke woudzone van het continent. Op de ontoegankelijke flanken van de Europese bergketens vinden we verder restanten van de natuurlijke bosvegetatie. Het laatste grote laaglandoerbos is het bos van Białowieża in Polen. Een kern van 4747 hectare is in 1921 tot strikt reservaat verklaard; aan dit bos sluit in het oosten het gelijknamige Wit-Russische staatsnatuurreservaat aan. In het oosten van Europa in de Cis-Oeral in Komi bevindt zich het grootste aaneengesloten oerbos dat door de UNESCO wordt aangeduid als de Maagdelijke Komiwouden(Werelderfgoedmonument). Op de Balkan zijn ook relatief veel oerbossen bewaard gebleven. Zoals in het Nationaal park Risnjak (Kroatië); voorts het beroemde oerbos van Perucica (strikt bosdeel van 1434 ha) in Bosnië en Herzegovina; de even vermaarde oerbossen rond de watervallen van Plitvice (Kroatië), en andere relicten, merendeels in Nationale Parken ondergebracht. Voor Griekenland dient vermeld te worden het ontoegankelijk grote oerbos, het Kentriki Rhodopwoud. Veel natuurlijke bossen zijn er nog over in Bulgarije en Roemenië, beschermd in Nationale Parken. In Frankrijk is het bos van Fontainebleau, al sedert 1953 natuurreservaat. In Duitsland trekken de zogeheten Urwälder, zoals het Urwald Hasbruch en het Neuenburger Urwald veel bekijks.

Share This